De vakken

BIJBELSE TALEN

De Bijbel vormt de oorsprong en de kern van het protestants-christelijk geloof. De bestudering van de Bijbelse teksten neemt binnen de opleiding dan ook een grote plaats in en kan niet zonder een degelijke kennis van de oorspronkelijke talen waarin de Bijbel geschreven is. In de cursussen Klassiek-Hebreeuws en Nieuw-Testamentisch Grieks maak je kennis met de bijzonderheden van deze talen en wordt de grammaticale basis gelegd waarop de student de teksten leert verstaan.




OUDE TESTAMENT

In het vak Oude Testament wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis van het oude Israël en de ontstaansgeschiedenis en structuur van de Hebreeuwse Bijbel. Aangezien de teksten van het Joodse volk niet in een cultureel vacuüm zijn ontstaan, wordt ook ruim aandacht besteed aan de omringende volken van het Oude Nabije Oosten. Verder worden de exegetische sleutels aangeleerd waarmee de moderne lezer de teksten kan openen en interpreteren.



NIEUWE TESTAMENT

Het vak Nieuwe Testament omvat de bestudering van de teksten van het Nieuwe Testament en de vroeg-christelijke literatuur en hun ontstaansgeschiedenis in de laat-Joodse en Romeinse context. De student verwerft inzicht in de vroege ontwikkeling van het christendom en in traditionele theologische vraagstukken, zoals de zoektocht naar de historische Jezus en de betekenis van de 'verkondigde Christus'.

 

Voor een goed verstaan van het Nieuwe Testament is het, naast de canonieke teksten uit de Bijbel, noodzakelijk om ook de apocriefe geschriften en de literatuur van de Kerkvaders bij de studie te betrekken. Intertekstueel onderzoek is in verband met de Bijbel dan ook een belangrijk instrument. Deze en andere vaardigheden worden tijdens de bacheloropleiding aangereikt.




SYSTEMATISCHE VAKKEN

In de systematische vakken wordt gekeken naar verbanden tussen denken en geloven, weten en ervaren en worden de kennistheoretische beginselen van de verschillende vakgebieden behandeld. Hierbij is er speciaal aandacht voor de relatie tussen deze vakgebieden en het wetenschappelijk onderzoek naar cultuur en zingeving. 

 

De onderwerpen die aan bod komen zijn: 

Theologie en Hermeneutiek (uitlegkunde)

Filosofie en Godsdienstfilosofie

Religiekritiek

Ethiek

Dogmatiek

Fenomenologie van de Religie

Islam

New Age

Gnostiek en Hermetisme



KERKGESCHIEDENIS

In het vak kerkgeschiedenis worden verbindingen gelegd tussen theologische en filosofische ontwikkelingen door de eeuwen heen. De ontwikkeling van de kerk kan niet los gezien worden van de culturele en politieke geschiedenis van de samenleving als geheel. De student wordt daarom vertrouwd gemaakt met begrippen en historische gebeurtenissen zoals  de Reformatie, de Verlichting en de Franse Revolutie.

 

Uiteraard ligt er een grote nadruk op personen als Luther en Calvijn, maar ook belangrijke historisch-culturele ontwikkelingen zoals de uitvinding van de boekdrukkunst, het ontstaan van de moderne staten en de afschaffing van de slavernij komen ruim aan bod.




PRAKTISCHE THEOLOGIE

Dit vak gaat in het algemeen over wat mensen vandaag de dag ten opzichte van het christelijk geloof doen of denken. In het bijzonder gaat het over kerkdienst en preek, over gemeenteopbouw, pastoraat en kerkelijk onderwijs. Het is dus theologie in de praktijk van het (kerkelijk) leven. Zo stelt bijvoorbeeld de module godsdienstpsychologie geloofsbegrippen in psychologisch perspectief aan de orde en situeert stromingen en hun vertegenwoordigers in relatie tot geloven en (pastorale) hulpverlening.

 

Onder andere de volgende onderwerpen komen aan bod:

Pastoraat

Pedagogiek 

Godsdienstpsychologie

Homiletiek ('preekkunde')

Gemeenteopbouw


Terug
Deze website wil gebruik maken van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren.
Gelieve aan te geven of u deze cookies al dan niet wenst te aanvaarden.
Meer informatie